Psychosomatiek 

In de praktijk komen wij, Ingrid Bauhuis en Margreet Elfrink (psychosomatisch fysiotherapeuten) veel mensen tegen die in een burn-out terecht zijn gekomen. Door langdurige roofbouw kan iemand eenvoudigweg niet verder. De enorme wilskracht heeft te lang de signalen uit het lichaam weten te overrulen. Dit kan bijvoorbeeld vanuit perfectionisme, groot verantwoordelijkheidsgevoel, vooral geen fouten mogen maken en nog beter dan goed  moeten presteren. De batterij is leeg getrokken, je kan dan emotioneel, cognitief en lichamelijk niet meer goed functioneren. Een burn-out is geen persoonlijkheidsstoornis of psychiatrische diagnose. Dit in tegenstelling tot depressie. Toch lijken veel van de verschijnselen op elkaar: het piekeren, het lege gevoel en het futloos voelen bijvoorbeeld. Een verschil kan zijn dat iemand met een depressie geen vrolijke momenten heeft, degene met een burn-out kan tussendoor een leuke avond hebben. Bij een depressie knappen mensen eerder in de loop van de dag wat op, terwijl met een burn-out is de lege batterij aan het eind van de dag nog leger, dus de vermoeidheid neemt toe. De suïcidale gevoelens en suïcidaliteit horen bij depressie.

 

 Tips bij burn-out: 

  • Wel bewegen, maar niet te veel en beweging afwisselen met rust: de batterij weer opladen. Niet bewegen vanuit prestatie, moeten, maar begrensd, met gevoel voor wat het lichaam aan kan. 
  • Stoppen met multitasken, doe de dingen achter elkaar, het geeft meer rust in je hoofd omdat je meer in het moment kan leven en uiteindelijk scheelt het 40% van je energie! 
  • Beginnen met keuzes maken. Het ene wel doen, en het andere laten. Loslaten, je kan en hoeft misschien niet alles. 

Tips bij depressie: 

  • Zeker wel bewegen, er is meestal geen energie tekort. Maar het in beweging komen is lastig omdat de futloosheid overheerst. Geef jezelf een duwtje in de rug, verzamel al je moed en ga liefst 30 minuten achter elkaar bewegen, elke dag opnieuw. Je zal merken dat je je direct daarna beter voelt. 
  • Zorg voor dagritme, kom op tijd uit bed; wissel bewegen, rust en sociale activiteiten met elkaar af. 
  • Plan piekertijd in je dag, een kwartier tot een half uur. Niet vlak voor het slapen gaan. Schrijf alle piekeronderwerpen op. De rest van de dag probeer je het gepieker op te merken, en als je het merkt stop je ermee met de belofte er op je volgende piekermoment op terug te komen.